Thema 3: Digitale media- en informatiegeletterdheid

3.1) Informatie-vaardigheden
3.1.1) De docent toont aan dat hij adequaat gebruik kan maken van zoekmachines en databases om zo digitaal (leer-) materiaal te ontsluiten.
In het eerste studiejaar hebben wij vanuit de mediatheek een voorlichting gehad over betrouwbare informatie opzoeken op het internet. Om eerlijk te zijn was ik hier al (redelijk) bekend mee. Echter, een tijdje geleden heb ik tijdens een les (tijdens stage) aandacht besteed aan het zoeken van betrouwbare bronnen. Veel leerlingen kampten met het probleem dat ze niet goed konden zien of de informatie die ze vonden nou betrouwbaar was of niet. Hierom besloot ik om hier tijdens een les aandacht aan te besteden. *Hieronder de link naar de opdracht en uitleg die ik heb uitgedeeld aan de leerlingen (klas 1).
Informatie verwerken; bronnen.docx (43754)


3.1.2) De docent toont aan dat hij sites kan beoordelen op betrouwbaarheid en authenticiteit en dat hij het belang hiervan kan overbrengen op zijn leerlingen.
Hiervoor kunt u het bestand hierboven raadplegen. In het document leg ik leerlingen uit waarop zij moeten letten bij sites, zodat ook zij kunnen inschatten of een site betrouwbaar is of niet. 

3.1.3) De docent toont aan dat hij verantwoord kan omgaan met andermans (digitale) producten en op de hoogte is van de regels met betrekking tot plagiaat en plagiaatpreventie.
Tijdens mijn eerstejaarsstage moesten 'mijn' leerlingen een boekverslag inleveren. Van te voren vroeg ik nog aan mijn stage-coach, Anita Kamphuis, hoe dit in zijn werk ging. Anita gaf als antwoord: ''Nog steeds mogen leerlingen graag alles letterlijk kopiëren van scholieren.com. Ookal waarschuw ik hier ontzettend vaak voor.'' Ik vroeg aan haar of ze de eerste paar zinnen ook wel eens letterlijk kopieerde in Google. Zij gaf aan dat ze dit normaliter niet deed. Zodra alle verslagen waren ingeleverd, gingen wij continu de zinnen overtypen in de link van Google. Helaas kwamen meerdere verslagen van de leerlingen omhoog. Uiteraard is dit een manier om plagiaat te constateren, maar er zijn natuurlijk nog meer mogelijkheden. 

Veel scholen werken met programma's die controleren of er plagiaat is gepleegd door de desbetreffende leerling of student. Ik heb nog niet het genoegen gehad om met zo'n programma te werken vandaar dat ik het op de ouderwetse manier doe. Om eerlijk te zijn weet ik ook niet of de NHL (in ieder geval onze afdeling Talen) daarmee werkt, maar op mijn vorige school (op het mbo) werd er wel met zulke programma's gewerkt. Docenten hoeven dan alleen maar een zin (of een aantal zinnen) in te typen en het programma zoekt vervolgens uit of dit daadwerkelijk zelfgeschreven tekst is of dat het gekopieerd is van het internet.

3.2 Kennis-management
3.2.1) De docent toont aan dat hij op efficiënte wijze informatiebronnen kan organiseren en deze kan inzetten als productiefactor voor leren en lesgeven.
Zie competentie 2.2.2. Hierin vertel ik dat wij als klas alle samenvattingen en andere informatie met elkaar delen over de Kennisbasistoets. Ook overige dingen die van belang zijn voor onze studie delen we hier met elkaar.

3.3 Mediawijsheid
3.3.1) De docent toont aan dat hij creatief, kritisch en bewust kan omgaan met actuele media.
Zodra ik Facebook heb aangemaakt (ergens in 2007) heb ik meteen alles afgeschermd. Ik ben niet het type dat het prettig vind om alles zichtbaar te hebben. Zeker toen ik in 2012 besloot om de studie Leraar Nederlands te doen, heb ik meerdere malen gecontroleerd of ik daadwerkelijk alles heb afgeschermd. Meerdere malen ben ik toegevoegd op Facebook door mijn leerlingen, maar gelukkig kunnen zij niets (behalve mijn omslagfoto) zien. Alle foto's en statussen die ik upload zijn afgeschermd. Als ik mijn omslagfoto op Facebook verander, ben ik mij er van bewust dat deze niet afgeschermd is en dus zichtbaar is voor iedereen. Los van het feit dat ik alles heb afgeschermd, plaats ik nooit statussen over mijn school, werk en/of stageschool. Ik vind het belangrijk dat je zakelijk en privé strikt gescheiden houdt. Veel leerlingen/studenten (én ook docenten in spe) kunnen hier nog wat van leren in mijn optiek.
*Hieronder kunt u een link vinden naar mijn Facebook.

https://www.facebook.com/stephanie.vanderoord.7

3.3.2) De docent toont aan inzicht te hebben in de manier waarop de digitale wereld invloed heeft op de opvoeding van jongeren.
Anno 2015 speelt media een ontzettend grote rol op de invloed van jongeren. Hiermee bedoel ik zowel de communicatie van tegenwoordig (WhatsAppen is immers normaler dan bellen) als Social Media en dergelijke. Ook speelt gamen een grote rol bij de jongeren onder ons. Natuurlijk brengt dit voordelen met zich mee (uit onderzoek blijkt dat gamers een snellere reactievermogen hebben en ook leren zij sneller Engels door middel van online-gaming), maar ook zijn er veel nadelen aan het feit dat tegenwoordig alles online gaat. Denk alleen maar aan cyber-pesten. Ik vind het belangrijk dat een docent zich bewust is van het feit wat het internet allemaal doet en kan en hoe dit de leerlingen bezighoudt. Toen ik in mijn eerstejaar stageliep op het Hondsrug College te Emmen (iPad-onderwijs) was ik in shock hoeveel docenten daadwerkelijk iets afwisten van een iPad. Het effect hiervan is dat veel leerlingen tijdens de les andere dingen doen dan bezig zijn met de leerstof. Geef ze eens ongelijk.

Maar uiteraard brengt deze online-wereld ook veel voordelen met zich mee. Ik zou later veel contact willen hebben met de ouders van mijn (mentor)leerlingen. Vroeger was er veel minder contact, omdat bellen bijna de enige optie was. Tegenwoordig biedt de e-mail een goede uitkomst: mails versturen en beantwoorden wanneer het jou uitkomt.

3.3.3) De docent toont aan dat hij voor leerlingen geschikte en betrouwbare digitale leerbronnen kan selecteren, passend bij hun leeftijd, sociaal- emotionele en morele ontwikkeling. 
Voor onze studie moeten wij veel gebruik maken van de site Leraar24. Deze site wordt ook vaak genoemd door verschillende docenten tijdens onze colleges. Toen ik dit schooljaar stage ging lopen op de Leon van Gelder in Groningen schrok ik eerst een beetje. De school staat bekend vanwege het differentiëren. Gelukkig had ik voor die tijd wel het vak Differentiëren afgesloten met een zeven, maar toch wilde ik er nog iets meer over weten. Toen heb ik ook de site Leraar24 geraadpleegd. *Hieronder de link die ik heb geraadpleegd om meer informatie te vinden over het differentiëren in het onderwijs.

https://www.leraar24.nl/thema/95471

*Competentie 3.3.4 en 3.3.5 pak ik samen, omdat het ongeveer op hetzelfde neerkomt.
3.3.4) De docent toont aan dat hij leerlingen bewust kan maken van de meerwaarde en risico’s van internetgebruik.
3.3.5) De docent toont aan dat hij zich bewust is van online pestgedrag en bekend is met de geldende protocollen.
Uiteraard werkt dit op elke school anders, maar zelf vind ik het ontzettend belangrijk dat hier veel aandacht aan wordt besteed op een (middelbare) school. Ik heb het een aantal competenties terug al eerder genoemd: cyberpesten. Social Media brengt ontzettend veel voordelen met zich mee, maar uiteraard ook een aantal nadelen. Online pesten is wellicht wel het grootste probleem. Tijdens het eerste jaar van onze studie moesten wij ons hierin verdiepen, dit gebeurde bij Professionaliseringstaak 2: Beeld van de Leerling. Tijdens deze P-taak werd er aandacht besteed aan (online)pesten. Voor deze opdracht heb ik een meisje geinterviewd dat jarenlang is gepest. Zowel in het 'echt' als online. Het lijkt mij ook goed om dit interview toe te voegen als 'bewijs'. Niet alleen voor nu, maar ook voor veel leerlingen. Ik zou graag dit verhaal willen voordragen aan mijn toekomstige leerlingen, zo zien zij precies wat het precies met je doet als je dag in dag uit zo wordt gepest. *Hieronder kunt u het interview met Sanne Brouwer vinden. Zij is jaren lang gepest en doet hier openhartig haar verhaal.
Professionaliseringstaak 2; Beeld van de leerling (bijlage 3).docx (19188)

3.3.6) De docent toont aan dat hij zijn leerlingen bewust om kan laten gaan met de mogelijkheden van internet en sociale media ten behoeve van het eigen leren.
Het is een beetje lastig om allemaal bewijzen hiervoor te verzamelen, terwijl ik nog niet 'mijn' eigen klas heb gehad. Het lijkt mij mooi om later met je mentorklas een gezamenlijke Facebookpagina aan te maken. Tijdens mijn stage op de Leon van Gelder had 'mijn' mentorklas dit ook. Dit was de klas waar ik het meest bij betrokken was. Samen met alle leerlingen van deze klas en de twee mentoren, Gerard Jonink en Thijs Goedegebure, hadden wij een Facebookpagina. Op deze pagina werden de laatste nieuwtjes gedeeld. Het gebeurde regelmatig dat Gerard (de docent Nederlands en mijn stage-coach) op een dinsdagavond een bericht op Facebook postte met daarin: "We zouden morgen eigenlijk werken in een computerlokaal, maar volgens het rooster is het nu opeens lokaal A1. Vergeet niet je boek mee te nemen, want we werken NIET met een computer morgen.'' De leerlingen ervoeren dit als een ontzettend prettige manier van werken, want Facebook controleren ze elke avond voor het slapen gaan en ook 's ochtends zodra ze wakker worden. Dat doen ze niet met hun digitale leeromgeving.

Ik denk dat je als docent ontzettend in kan spelen op de 'nieuwe' digitale wereld, zolang je maar een beetje meegaat met de tijd. Aangezien ik een toekomstige docent Nederlands ben, lijkt het mij ook ontzettend leuk om leerlingen opdrachten te geven als: ''Zoek drie statusupdates van vrienden uit waarin spelfouten zitten'' of ''Zoek drie tweets van BN'ers waarin spelfouten zitten'' et cetera. Ik denk dat leerlingen dit ontzettend zullen waarderen.

* Ook volg ik interessante instanties van het onderwijs op Facebook. Zo volg ik Leraar24 en het Ministerie van Onderwijs. Zo blijf ik altijd op de hoogte van de interessante nieuwtjes met betrekking tot het onderwijs.